Training 3b – Het uitspelen van een één tegen één situatie

Geplaatst op 1 december za door Kees Wabeke

Algemeen: zoveel mogelijk uitzetten afhankelijk van het aantal spelers. Niet de oefening aanpassen. 

  • Gebruik pionnen bij onvoldoende materiaal. Bij meer spelers wisselen na een doelpunt, indraaien of na een bepaalde tijd. Zie voor het aangeven van aanwijzingen de specifieke PDF van deze oefening. Daarin staat hoe je een oefening makkelijker/moeilijker maakt. Bij elke oefening is het nummer aangegeven.

Warming-up 3.2:   6 tegen 2 oversteekspel

15 minuten — lengte 20m – breedte 15 m

 

  • 6 spelers met bal proberen te dribbelen naar de overkant zonder dat de verdediger(s) de bal afpakken
  • als de verdediger de bal verovert en de bal onder controle hebben (bal onder de voet) of als het drietal de bal uitschiet krijgen ze 1 punt
  • bij 3 punten voor de verdediger komt er een andere verdediger of na een afgesproken tijd

 

Oefenvorm 3.4:   2 tegen 2 lijnvoetbal

15 minuten — lengte 20m – breedte 15m – scoorvak 3 meter

 

  • beide teams kunnen scoren door over de doellijn van de tegenpartij te dribbelen en de bal in het vak te controleren (voet op de bal) 
  • als de bal uit is in dribbelen of inpassen 
  • bij een achterbal of hoekschop in het midden van de eigen doellijn starten  

 

Oefenvorm 3.2:   2 (+k) tegen 2 (+k) breed veld grote doelen

15 minuten — lengte 35m – breedte 18m 

 

  • beide teams kunnen scoren op een groot doel 
  • als de bal uit is in dribbelen of inpassen 
  • bij een achterbal / hoekschop starten bij de keeper van het eigen team

 

Partijspel 3:   4 tegen 4 lijnvoetbal

15 minuten — lengte 20m – breedte 40m – scoorvak 3/5 meter

 

Bij onvoldoende spelers 3 tegen 3 spelen!

  • beide teams kunnen scoren door over de doellijn van de tegenpartij te dribbelen en de bal in het vak te controleren (voet op de bal)
  • als de bal uit is in dribbelen of inpassen
  • bij een achterbal of hoekschop in het midden van de eigen doellijn starten